Bij het woord zaligsprekingen denken we vooral aan de Bergrede, waar de heer Jezus begint met de zaligsprekingen. Minder bekend zijn de zaligsprekingen in de Psalmen. Ook die zijn de moeite waard om te overdenken.
Welgelukzalig
Maar laten we eerst even stil staan bij dat woord wel(geluk)zalig. Dat gebruiken we in onze dagelijkse taal niet meer. Vreemd genoeg wel de tegenhanger: rampzalig. Maar dat woord rampzalig kan ons wel helpen om gelukzalig beter te begrijpen. Rampzalig betekent vol rampen of rampen met zich mee brengend. En gelukzalig betekent dus: vol geluk of geluk met zich mee brengend. In het Engels staat er meestal 'Blessed', gezegend, wat de basisbetekenis is van het Hebreeuwse woord. Dat geeft ook al een aanduiding waar we aan moeten denken.
Als er dus staat: Welgelukzalig is de mens... mag je dat dat dus lezen als: je bent een gelukkig mens of je bent een gezegend mens.
Psalm 1
Het boek van de Psalmen opent met een zaligspreking:
Welzalig de man die niet wandelt,
in de raad van de goddelozen,
die niet staat op de weg van de zondaars,
en ook niet zit in de kring van de spotters;
maar die aan de wet van [de] Heer zijn welgevallen heeft,
en diens wet overpeinst bij dag en bij nacht.
De schrijver zegt hier in feite: Je bent een gelukkig mens als je de juiste keuze maakt. We kunnen het gezelschap op zoeken van de mensen die niets met God te maken willen hebben én we kunnen het gezelschap, het contact met God zoeken, door zijn Woord te lezen en te overdenken. Als je voor dat laatste kiest, zegt de psalmist, dan ben je een gezegend mens, dan rust de zegen van God op je.
Wat kies jij?
Geen opmerkingen:
Een reactie posten