Er was veel mis in Korinthe. Er waren morele misstanden, er waren scheuringen en er was ook een gevaarlijke dwaling. Er waren mensen die beweerden dat er geen opstanding was.
Paulus neemt een heel hoofdstuk om deze dwaling en zijn (mogelijke) effecten te weerleggen. Hij doet dat in 7 stappen.
1. Getuigenissen (1-11)
Paulus begint met de basis. Christus, zo begint hij, is voor onze zonden gestorven, zoals in de Schriften staat en hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat (vs.3 en 4).
De opstanding is met andere woorden al van te voren door God aangekondigd en heeft dus dezelfde grondslag als het feit dat hij voor onze zonden gestorven is. Als je het één loslaat, moet je het ander loslaten.
En het is ook niet iets nieuws dat Paulus heeft geïntroduceerd. Wat ik aan jullie, Korinthiërs, heb doorgegeven, zegt hij, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen! En dat was het evangelie dat ze zelf hadden aangenomen.
Maar bovendien, voegt Paulus eraan toe, is hij verschenen! En niet aan één man of vrouw, nee, hij noemt een hele reeks getuigen. Bij één gelegenheid zelfs aan meer dan vijfhonderd man. En ook Paulus zelf had hem gezien.
2. u bent nog een gevangene van uw zonden (12-19)
Vervolgens begint Paulus te wijzen op de gevolgen van het ontkennen van de opstanding.
Die mensen die beweren dat er geen opstanding is, zeggen dus in feite dat Paulus (en de andere apostelen) die dit vanaf het begin verkondigd hebben, leugenaars zijn, ja dat God zelf gelogen heeft.
Maar het belangrijkste gevolg als er geen opstanding is, is dat dus ook Christus niet is opgestaan. Dat maakt heel je geloof zinloos, want als Christus niet is opgestaan, dan zijn jullie nog steeds gevangenen van je zonden.
Juist omdat Hij is opgestaan, weten we dat zijn offer voldoende was, dat de zonden weg zijn.
3. opdat God over alles en allen zal regeren (20-28)
Maar, vervolgt Paulus, Christus is werkelijk uit de dood opgewekt. De vooraankondiging door God in de Schriften en de getuigen die hem na zijn opstanding gezien hebben, zijn genoeg om dat zeker te weten.
En daarmee ligt de weg open voor de vervulling van Gods plan.
Want God heeft een doel voor ogen dat nauw verbonden is met de opstanding, van Christus, maar ook van alle andere mensen. De dood is in de wereld gekomen door een mens, Adam. Zo is ook de opstanding uit de dood er door een mens: Christus. God kon ons toch niet in de dood laten. Dan zou de duivel gewonnen hebben.
Nee, er is een opstanding uit de dood. Ieder in zijn eigen volgorde: Christus als eerste en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren (vs.23). En daarna komt het einde, wat hier zoveel betekent als het einddoel en niet einde in de zin dat alles ophoudt. Integendeel, dit einde is juist een nieuw begin, een nieuw begin in opstandingskracht.
Na zijn komst is Christus koning totdat ‘God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’. De laatste vijand is de dood. De regering van Christus is er dus uiteindelijk op gericht om de dood te niet te doen!
Dan draagt hij het koningschap over aan God, de Vader (vs.24), opdat God over alles en allen zal regeren (vs.28).
Dat doel ligt besloten in en kan allen gerealiseerd worden door de opstanding van Christus uit de dood!
4. geen enkele kennis van God (29-34)
Als er geen opstanding zou zijn, waarom zouden mensen dan door de doop de plaats innemen van de christenen die al door vervolgingen om waren gekomen? Waarom zou je deel willen uitmaken van zo'n gezelschap.Zelf ondervond Paulus deze vervolging. Waarom zou ik dat doen? vraagt hij de Korintiërs. In Efeze heb ik op leven en dood gevochten; wat zou ik daarmee hebben bereikt als ik geen hoop had? Sterker nog, mijn beste Korinthiërs, voegt hij eraan toe: Wanneer de doden toch niet worden opgewekt, kunnen we maar beter zeggen: ‘Laten we eten en drinken, want morgen sterven we.’
Dat is de uiterste consequentie van dat denken. Als er geen opstanding is, dan is dit leven het enige dat we hebben en dan moet je daar maar het beste van maken. Dan ga je je toch niet in gevaren wagen?
En vergis je niet. Als je met dit soort ideeën omgaat, als je ze tolereert, dan zal dat je denken beïnvloeden! Maar vergis u niet: slecht gezelschap bederft goede zeden.
Hij eindigt dit stukje met hetzelfde verwijt dat de Heer Jezus de Sadduceeën maakte (Mt.22:29, 31-32): Sommigen van u hebben geen enkele kennis van God. U moest u schamen. Als je God werkelijk kent, weet je dat Hij een God van opstanding is, een God van leven.
5. Het opstandingslichaam (35-49)Natuurlijk leidt dat tot de vraag welke vorm die opstanding dan aanneemt. Wat voor lichaam zal dat dan zijn?
Ik wil niet uitgebreid op alle verzen ingaan. Waar het in essentie op neer komt is dat Paulus zegt dat we dat in feite niet weten, omdat we alleen maar weten wat we zaaien: ons aardse lichaam, ons natuurlijk lichaam. En net zo min als je je op basis van een graankorrel een aar kunt voorstellen, kunnen wij ons het opstandingslichaam voorstellen.
Het belangrijkste wat hij erover kan zeggen, zijn tegenstellingen: Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt. Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wat we zaaien is vergankelijk, zwak, onaanzienlijk en aards (eigenlijk: door de ziel gekenmerkt). Wat we zullen oogsten is onvergankelijk, schitterend, krachtig en geestelijk (dus: door de geest gekenmerkt, de Heilige Geest uiteindelijk).
Voor God waren er maar twee mensen: de Eerste Mens, Adam, en de Tweede Mens, Christus. Allen die van Adam afstammen, zijn als Adam. Maar wie Christus aannemen, worden als Hij en zullen deel krijgen aan diezelfde opstanding en het lichaam dat daarbij hoort. In Christus, door zijn opstanding, is God iets nieuws begonnen. Daarom is Hij niet alleen de Tweede Mens, Hij is ook de Laatste Adam. Er komt geen andere meer. In Hem is Gods doel bereikt, al is het nog niet verwerkelijkt. maar dat zal wel komen: zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.
6. De wederkomst (50-57)
Paulus gaat nog een stap verder. De opstanding is niet alleen wenselijk, niet een leuk extraatje. Nee, het is essentieel: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid.Het Koninkrijk van God wordt hier bedoeld zoals eerder in dit hoofdstuk: het Koninkrijk in heerlijkheid, niet in zijn verborgen vorm zoals wij het nu kennen. Nee, wanneer Christus straks komt in heerlijkheid om dat rijk op te richten, dan hebben wij dat geestelijk lichaam, dat onvergankelijke lichaam nodig. Anders kunnen we niet mét Hem verschijnen, niet met Hem vanuit de hemel regeren.
En dan verklapt hij een geheimpje: Degenen die al gestorven zijn zullen opgewekt worden, daar heeft hij net over gesproken. Maar hoe zit het met degenen die dan leven? Moeten die ook eerst sterven? Nee, zegt Paulus, wij zullen [...] allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk. Wij zullen - als je het heel letterlijk vertaalt - een metamorfose ondergaan. Net als de rups die in een vlinder verandert, maar dan in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk.
Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. En als dat gebeurd is, dan is wat ons betreft de dood verslagen en beroofd van zijn macht! Daar ligt onze christelijke hoop: de opstanding uit de doden, bekleed te worden met een onvergankelijk en onsterfelijk lichaam, gelijk aan het lichaam van Christus' heerlijkheid (Fp.3:21, 1 Jh.3:2)
7. Conclusie (58)
Kortom (of beter: Daarom), geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn. (vs.58)
Nu hij ons duidelijk gemaakt heeft hoe essentieel het geloof in de opstanding uit de doden is, de opstanding van Jezus Christus, kan Paulus tot de conclusie komen: wees standvastig, laat je niet aan het wankelen brengen, zet je in voor de Heer, want je weet dat het niet tevergeefs is: Er volgt een opstanding en dan zullen we beloond worden en terug kunnen kijken op alles wat we voor Hem hebben mogen doen.
Het is de opstanding uit de doden en onze hoop daarop, die ons leven hier perspectief en richting geeft.
Houd daaraan vast!
----De bijbeltekst in dit blog is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007, tenzij anders vermeld.