Gedachten bij de Bijbel
Overdenkingen en gedachten naar aanleiding van de Bijbel.
zondag, mei 22, 2011
Zaligsprekingen in de Psalmen 1
woensdag, juli 08, 2009
Alle voedsel rein
zondag, juli 05, 2009
Jezus, de Zoon van God
- Johannes onderscheidt hier twee identiteiten, God en het Woord.
- Het Woord heeft een actieve rol gespeeld in de schepping (zoals bv. ook in Hebreeen 1:2 en Kolosse 1: 16).
- Het Woord is mens geworden. Hij was dus eerst 'Woord' en pas in tweede instantie 'mens'.
- had de gestalte van God,
- deed afstand van zijn gelijkheid aan God,
- nam de gestalte aan van een slaaf en
- werd gelijk aan een mens.
De oudste zoon van Noach
vrijdag, juni 12, 2009
De HEER! De HEER! Een God die liefdevol is en genadig
woensdag, september 24, 2008
De vrede van God zal uw harten en gedachten bewaren in Christus Jezus
maandag, april 28, 2008
ook de diepten van God
God heeft niets aan het toeval overgelaten als het erom gaat ervoor te zorgen dat zijn kinderen begrijpen wat er in het diepst van zijn hart leeft. In de Korinthe-brief geeft Paulus in vijf stappen aan hoe God dat gewaarborgd heeft.
Ik vind heel mooi hoe Paulus met een citaat uit Jesaja omschrijft wat God zich voorgenomen heeft aangaande ons, zijn kinderen. In de verzen hiervoor omschrijft hij dit als de wijsheid van God. Vervolgens citeert hij uit Jesaja: ‘Wat het oog niet heeft gezien en het oor niet heeft gehoord, wat in geen mensenhart is opgekomen, dat heeft God bestemd voor wie hem liefheeft.’ (1Ko.2:9)
God heeft plannen en niemand heeft die van tevoren gekend, geen oog heeft het gezien, geen oor het gehoord. Het is in geen mensenhart opgekomen. Het gaat om wat God zelf, vanuit de overvloed van zijn genade bestemd heeft voor wie hem liefheeft.
1. De eerste van de vijf stappen waarin Gods wijsheid tot ons komt is: De Geest doorgrondt alles, ook de diepten van God. Wie is in staat de mens te kennen, behalve de geest van de mens? Zo is alleen de Geest van God in staat om God te kennen. (1 Ko.2:10b-11)
Alleen de Heilige Geest kent God, weet wat er in de diepten van God, in het diepst van zijn hart leeft. En aan zijn 'onderzoek' hebben wij alles te danken wat we weten.
2. Vervolgens is het de Heilige Geest, die deze dingen heeft geopenbaard aan de apostelen: God heeft ons dit geopenbaard door de Geest (10a). Zij hebben door een rechtstreekse openbaring, in visioenen, gezichten, ontvangen wat in Gods hart leeft.
Maar dat is niet genoeg.
3. Paulus voegt daar vervolgens aan toe: Wij hebben niet de geest van de wereld ontvangen, maar de Geest die van God komt, opdat we zouden weten wat God ons in zijn goedheid heeft geschonken (12). Het is niet genoeg dat de Heilige Geest het openbaart aan de apostelen, Hij moet ook hun harten verlichten zodat het echt doordringt en ze het gaan begrijpen. In de Efeze-brief spreekt Paulus over verlichte ogen van het hart (Ef.1:18), dat is wat hij hier bedoeld.
Petrus schrijft over de dingen die aan de profeten van het Oude Testament geopenbaard werden. Zij begrepen niet wat zij ontvingen, omdat het niet voor hen, maar voor ons bestemd was (1Pt.2:10-12).
4. De belangrijke vierde stap is dat de apostelen doorgaven wat zij hadden geleerd: Daarover spreken wij, niet op een manier die ons door menselijke wijsheid is geleerd, maar zoals de Geest het ons leert: wij verklaren het geestelijke met het geestelijke (13). Ook hierbij is het de Heilige Geest die hen leidt, die hen leert hoe ze moeten doorgeven.
Dit woord hebben wij in geschreven vorm doorgekregen, in de brieven, de evangelieën. Zo is het tot ons gekomen.
Maar dat is niet genoeg.
5. De laatste stap is vergelijkbaar met de derde: zoals de Heilige Geest het hart van de apostelen moest verlichten om hen te doen begrijpen wat hen geopenbaard was, zo moet dat ook in onze harten. Een mens die de Geest niet bezit, aanvaardt niet wat van de Geest van God komt, want voor hem is het dwaasheid. Hij kan het ook niet begrijpen, omdat het geestelijk moet worden beoordeeld (14).
Er zijn een heleboel mensen die dezelfde Bijbel lezen als wij, maar die helemaal niets snappen van wat Gods diepste plannen zijn. Die dat niet kunnen ook, omdat ze de Geest van God niet hebben. Ze zijn nog ongelovig, onwedergeboren en zijn daardoor gewoon niet in staat te begrijpen waar het werkelijk om gaat.
Daarvoor moet je de Geest van God hebben: Maar een mens die de Geest wel bezit, kan alles beoordelen, en zelf wordt hij door niemand beoordeeld (15). Beoordelen betekent hier zoveel als op waarde schatten. Wij aanvaarden en schatten op waarde wat God ons door zijn Geest meedeelt.
En het gezegende resultaat is dat wij niet alleen Gods wijsheid kennen, maar dat wij daardoor gevormd worden. Ons denken, ons voelen, ons hele wezen verandert. We gaan op Christus lijken:
Er staat immers geschreven: ‘Wie kent de gedachten van de Heer, zodat hij hem zou kunnen onderwijzen?’ Welnu, onze gedachten zijn die van Christus (16).
----
De bijbeltekst in dit blog is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007, tenzij anders vermeld.
dinsdag, maart 25, 2008
Maar Christus is werkelijk uit de dood opgewekt
Er was veel mis in Korinthe. Er waren morele misstanden, er waren scheuringen en er was ook een gevaarlijke dwaling. Er waren mensen die beweerden dat er geen opstanding was.
Paulus neemt een heel hoofdstuk om deze dwaling en zijn (mogelijke) effecten te weerleggen. Hij doet dat in 7 stappen.
1. Getuigenissen (1-11)
Paulus begint met de basis. Christus, zo begint hij, is voor onze zonden gestorven, zoals in de Schriften staat en hij is begraven en op de derde dag is opgewekt, zoals in de Schriften staat (vs.3 en 4).
De opstanding is met andere woorden al van te voren door God aangekondigd en heeft dus dezelfde grondslag als het feit dat hij voor onze zonden gestorven is. Als je het één loslaat, moet je het ander loslaten.
En het is ook niet iets nieuws dat Paulus heeft geïntroduceerd. Wat ik aan jullie, Korinthiërs, heb doorgegeven, zegt hij, heb ik op mijn beurt ook weer ontvangen! En dat was het evangelie dat ze zelf hadden aangenomen.
Maar bovendien, voegt Paulus eraan toe, is hij verschenen! En niet aan één man of vrouw, nee, hij noemt een hele reeks getuigen. Bij één gelegenheid zelfs aan meer dan vijfhonderd man. En ook Paulus zelf had hem gezien.
2. u bent nog een gevangene van uw zonden (12-19)
Vervolgens begint Paulus te wijzen op de gevolgen van het ontkennen van de opstanding.
Die mensen die beweren dat er geen opstanding is, zeggen dus in feite dat Paulus (en de andere apostelen) die dit vanaf het begin verkondigd hebben, leugenaars zijn, ja dat God zelf gelogen heeft.
Maar het belangrijkste gevolg als er geen opstanding is, is dat dus ook Christus niet is opgestaan. Dat maakt heel je geloof zinloos, want als Christus niet is opgestaan, dan zijn jullie nog steeds gevangenen van je zonden.
Juist omdat Hij is opgestaan, weten we dat zijn offer voldoende was, dat de zonden weg zijn.
3. opdat God over alles en allen zal regeren (20-28)
Maar, vervolgt Paulus, Christus is werkelijk uit de dood opgewekt. De vooraankondiging door God in de Schriften en de getuigen die hem na zijn opstanding gezien hebben, zijn genoeg om dat zeker te weten.
En daarmee ligt de weg open voor de vervulling van Gods plan.
Want God heeft een doel voor ogen dat nauw verbonden is met de opstanding, van Christus, maar ook van alle andere mensen. De dood is in de wereld gekomen door een mens, Adam. Zo is ook de opstanding uit de dood er door een mens: Christus. God kon ons toch niet in de dood laten. Dan zou de duivel gewonnen hebben.
Nee, er is een opstanding uit de dood. Ieder in zijn eigen volgorde: Christus als eerste en daarna, wanneer hij komt, zij die hem toebehoren (vs.23). En daarna komt het einde, wat hier zoveel betekent als het einddoel en niet einde in de zin dat alles ophoudt. Integendeel, dit einde is juist een nieuw begin, een nieuw begin in opstandingskracht.
Na zijn komst is Christus koning totdat ‘God alle vijanden aan zijn voeten heeft gelegd’. De laatste vijand is de dood. De regering van Christus is er dus uiteindelijk op gericht om de dood te niet te doen!
Dan draagt hij het koningschap over aan God, de Vader (vs.24), opdat God over alles en allen zal regeren (vs.28).
Dat doel ligt besloten in en kan allen gerealiseerd worden door de opstanding van Christus uit de dood!
4. geen enkele kennis van God (29-34)
Als er geen opstanding zou zijn, waarom zouden mensen dan door de doop de plaats innemen van de christenen die al door vervolgingen om waren gekomen? Waarom zou je deel willen uitmaken van zo'n gezelschap.Zelf ondervond Paulus deze vervolging. Waarom zou ik dat doen? vraagt hij de Korintiërs. In Efeze heb ik op leven en dood gevochten; wat zou ik daarmee hebben bereikt als ik geen hoop had? Sterker nog, mijn beste Korinthiërs, voegt hij eraan toe: Wanneer de doden toch niet worden opgewekt, kunnen we maar beter zeggen: ‘Laten we eten en drinken, want morgen sterven we.’
Dat is de uiterste consequentie van dat denken. Als er geen opstanding is, dan is dit leven het enige dat we hebben en dan moet je daar maar het beste van maken. Dan ga je je toch niet in gevaren wagen?
En vergis je niet. Als je met dit soort ideeën omgaat, als je ze tolereert, dan zal dat je denken beïnvloeden! Maar vergis u niet: slecht gezelschap bederft goede zeden.
Hij eindigt dit stukje met hetzelfde verwijt dat de Heer Jezus de Sadduceeën maakte (Mt.22:29, 31-32): Sommigen van u hebben geen enkele kennis van God. U moest u schamen. Als je God werkelijk kent, weet je dat Hij een God van opstanding is, een God van leven.
5. Het opstandingslichaam (35-49)Natuurlijk leidt dat tot de vraag welke vorm die opstanding dan aanneemt. Wat voor lichaam zal dat dan zijn?
Ik wil niet uitgebreid op alle verzen ingaan. Waar het in essentie op neer komt is dat Paulus zegt dat we dat in feite niet weten, omdat we alleen maar weten wat we zaaien: ons aardse lichaam, ons natuurlijk lichaam. En net zo min als je je op basis van een graankorrel een aar kunt voorstellen, kunnen wij ons het opstandingslichaam voorstellen.
Het belangrijkste wat hij erover kan zeggen, zijn tegenstellingen: Wat in vergankelijke vorm wordt gezaaid, wordt in onvergankelijke vorm opgewekt, wat onaanzienlijk en zwak is wanneer het wordt gezaaid, wordt met schittering en kracht opgewekt. Er wordt een aards lichaam gezaaid, maar een geestelijk lichaam opgewekt. Wat we zaaien is vergankelijk, zwak, onaanzienlijk en aards (eigenlijk: door de ziel gekenmerkt). Wat we zullen oogsten is onvergankelijk, schitterend, krachtig en geestelijk (dus: door de geest gekenmerkt, de Heilige Geest uiteindelijk).
Voor God waren er maar twee mensen: de Eerste Mens, Adam, en de Tweede Mens, Christus. Allen die van Adam afstammen, zijn als Adam. Maar wie Christus aannemen, worden als Hij en zullen deel krijgen aan diezelfde opstanding en het lichaam dat daarbij hoort. In Christus, door zijn opstanding, is God iets nieuws begonnen. Daarom is Hij niet alleen de Tweede Mens, Hij is ook de Laatste Adam. Er komt geen andere meer. In Hem is Gods doel bereikt, al is het nog niet verwerkelijkt. maar dat zal wel komen: zo zullen we straks de gestalte van de hemelse mens hebben.
6. De wederkomst (50-57)
Paulus gaat nog een stap verder. De opstanding is niet alleen wenselijk, niet een leuk extraatje. Nee, het is essentieel: wat uit vlees en bloed bestaat kan geen deel hebben aan het koninkrijk van God; het vergankelijke krijgt geen deel aan de onvergankelijkheid.Het Koninkrijk van God wordt hier bedoeld zoals eerder in dit hoofdstuk: het Koninkrijk in heerlijkheid, niet in zijn verborgen vorm zoals wij het nu kennen. Nee, wanneer Christus straks komt in heerlijkheid om dat rijk op te richten, dan hebben wij dat geestelijk lichaam, dat onvergankelijke lichaam nodig. Anders kunnen we niet mét Hem verschijnen, niet met Hem vanuit de hemel regeren.
En dan verklapt hij een geheimpje: Degenen die al gestorven zijn zullen opgewekt worden, daar heeft hij net over gesproken. Maar hoe zit het met degenen die dan leven? Moeten die ook eerst sterven? Nee, zegt Paulus, wij zullen [...] allemaal veranderd worden, in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk. Wij zullen - als je het heel letterlijk vertaalt - een metamorfose ondergaan. Net als de rups die in een vlinder verandert, maar dan in een ondeelbaar ogenblik, in een oogwenk.
Want het vergankelijke lichaam moet worden bekleed met het onvergankelijke, het sterfelijke lichaam met het onsterfelijke. En als dat gebeurd is, dan is wat ons betreft de dood verslagen en beroofd van zijn macht! Daar ligt onze christelijke hoop: de opstanding uit de doden, bekleed te worden met een onvergankelijk en onsterfelijk lichaam, gelijk aan het lichaam van Christus' heerlijkheid (Fp.3:21, 1 Jh.3:2)
7. Conclusie (58)
Kortom (of beter: Daarom), geliefde broeders en zusters, wees standvastig en onwankelbaar en zet u altijd volledig in voor het werk van de Heer, in het besef dat door de Heer uw inspanningen nooit tevergeefs zijn. (vs.58)
Nu hij ons duidelijk gemaakt heeft hoe essentieel het geloof in de opstanding uit de doden is, de opstanding van Jezus Christus, kan Paulus tot de conclusie komen: wees standvastig, laat je niet aan het wankelen brengen, zet je in voor de Heer, want je weet dat het niet tevergeefs is: Er volgt een opstanding en dan zullen we beloond worden en terug kunnen kijken op alles wat we voor Hem hebben mogen doen.
Het is de opstanding uit de doden en onze hoop daarop, die ons leven hier perspectief en richting geeft.
Houd daaraan vast!
----De bijbeltekst in dit blog is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007, tenzij anders vermeld.