Johannes 15:1-17
Wanneer christenen over vrucht dragen praten, bedoelen ze daar vaak bekeerlingen mee. Maar is dat wel (altijd) terecht?
Wat bedoelde Jezus toen hij tegen zijn discipelen zei: De grootheid van mijn Vader zal zichtbaar worden wanneer jullie veel vrucht dragen'? Om daarachter te komen moet je kijken naar het beeld dat Jezus hier gebruikt: de wijnstok en de wijnranken.
Jezus is de wijnstok. Hij wortelt in de grond en haalt daar de voedingsstoffen uit. Wij zijn de ranken. Wij zitten 'in' de stok en ontvangen onze voeding van Hem. Wij dragen de vruchten: druiven. Althans, dat is de bedoeling. Als een rank geen vrucht voortbrengt, is deze niet 'aangesloten' op de wijnstok. Dan worden hij verwijderd en verbrandt.
Je kunt dus wel een christen lijken, maar als je niet werkelijk 'in' Jezus bent, als je niet door Hem gevoed wordt, kún je geen vrucht voortbrengen en dan heb je voor de Vader geen waarde. Het is dus van belang niet alleen een christen te lijken, maar het ook werkelijk te zijn!
Maar wat houdt het nou in om vrucht te dragen?
'Aan de vrucht kent men de boom,' is de aan de Bijbel ontleende zegswijze. Dat is dan ook precies waar het om gaat. De vrucht die de Vader bij ons zoekt, zijn de karaktertrekken van Jezus onze Heer. Daarom is vrucht dragen zo nauw verbonden met discipelschap: Hierin is mijn Vader verheerlijkt, dat jullie veel vrucht dragen, en jullie zullen mijn discipelen zijn (Jh.15:8 TV).
Een druif toont het karakter van de wijnstok, zoals een appel het karakter van een appelboom toont. Het is natuurlijk niet voor niets dat de Heer Jezus hier een wijnstok kiest. Het is in het Oude Testament een veel gebruikt beeld voor Israël. En keer op keer moesten de profeten constateren dat het volk van Israël en Juda niet de vruchten voortbracht die God ervan verwachtte.
Daarom noemt de Heer Jezus zich hier: de ware wijnstok.
Het is de wijn waarvan gezegd wordt dat het het hart van God en mensen verblijdt (Ri.9:13 NBG). God zoekt nu de vrucht die zijn hart verblijdt bij ons, de discipelen, de volgelingen, de leerlingen van Jezus.
En hoe doe je dat dan, vrucht dragen?
Welnu, het belangrijkste daarvoor is al genoemd: in Hem blijven. Hij is immers de wijnstok, degene die de voedingsstoffen levert. Voortdurend met Jezus in contact blijven is de belangrijkste voorwaarde om vrucht te kunnen dragen. Als we Hem beter leren kennen, dieper leren kennen, zal dat ons leven veranderen, zal dat ons karakter veranderen. Dan gaan we meer op Hem lijken.
Een tweede punt dat de Heer Jezus noemt, is dat zijn woorden in ons moeten blijven. We hebben het nodig om in de Bijbel te lezen en over wat we lezen na te denken. Wat David al schreef in de eerste Psalm: 'Gelukkig de mens... die vreugde vindt in de weg van de HEER en zich verdiept in zijn wet, dag en nacht.'
Het derde punt dat uit de eerste twee voortvloeit: zijn geboden bewaren. We moeten niet alleen lezen, en overdenken, maar ook doen. Daarin, zegt de Heer Jezus, toon je je liefde. Als je echt van mij houdt, dan doe je graag wat Ik aangenaam vind! En dan weet je ook wat Ik fijn vind. Zo werkt het in elke relatie.
Als we dat doen, dan zullen we zijn vreugde ervaren, niet alleen dat Hij blij is over ons, maar ook zelf blij zijn omdat we weten dat we vrij kunnen zijn in onze omgang met Hem. Als we dat doen, staat er niets tussen ons en God de Vader en de Heer Jezus.
En dan brengen we de vrucht voort die de Vader zoekt!
De bijbeltekst in dit blog is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007, tenzij anders vermeld.
TV = Telos Vertaling,Uitgeverij H.Medema, Vaassen, 1982
Geen opmerkingen:
Een reactie posten