donderdag, maart 13, 2008

Hij roept ze bij hun naam, een voor een

Jesaja 40

De eerste 37 hoofdstukken van Jesaja gaan vooral over de Assyriërs die Juda vanuit het noorden bedreigden. Zij vormen een bedreiging, omdat Juda zich verre houdt van God, hun maker, vanwege hun goddeloosheid en wangedrag. Daarom - zo zegt Jesaja - heeft God de Assyriërs laten komen, om jullie te tuchtigen!

Maar de Assyrische koningen beroemden zich al te zeer op hun macht en meenden dat zij Juda door hun eigen kracht en macht konden veroveren.

Als het leger uiteindelijk voor de poorten ligt, bespotten de Assyrische bevelhebbers Juda, Jeruzalem en de koning... En de God van Jeruzalem. Maar God laat niet met zich spotten en het Assyrische leger wordt voor een aanzienlijk deel vernietigd en druipt af.

Maar de morele en religieuze situatie is in Juda niet veranderd.

Aan de ene kant schitterde het geloof van koning Hizkia in deze crisis, maar aan de andere kant lag daar ook de basis van zijn falen. Er was namelijk niet alleen sprake van een belegering, Hizkia was ook nog ernstig ziek, ten dode toe. Maar op zijn gebed, zijn geloof, gaf God hem nog 15 jaren.

Zijn wonderlijke herstel (en de nederlaag van de Assyriërs) was voor Merodach Baladan, net koning in Babel de aanleiding om een gezantschap te sturen. Er wordt ons niet verteld wat de inhoud wasvan de brief die zij meebrachten. Maar als je ziet hoe Hizkia zijn best doet om indruk te maken - hij toonde zijn rijkdom, zijn wapentuig - lijkt het voor de hand te liggen dat Merodach Baladan graag een verbond wilde. En Hizkia was niet afkerig...

Jesaja spreekt hem daarop aan. Want God ziet zo'n verbond helemaal niet zitten en Hizkia had verzuimd naar Gods wil te vragen. Sterker nog: hij moest Jesaja's profetie over Babel (Js.13-14) kennen en had dus beter moeten weten. Hij had moeten getuigen van zijn vertrouwen op God om hen te beschermen, zoals hij tegenover de Assyriërs had gedaan (Js.36:6, 14-15).

Daarom is Gods oordeel scherp: Alles wat hij had laten zien, zou naar Babel worden afgevoerd en ook zijn zonen (nazaten).

Hizkia's enige troost is dat het niet tijdens zijn leven zou gebeuren.

Maar de aankondiging van deze ballingschap zet de toon voor de rest van het boek.

Daarom begint hoofdstuk 40 ook met woorden van troost. Want als God een oordeel aankondigt, is er voor de getrouwen altijd troost! Babel zal voor het volk van God niet het eindpunt te zijn.

Die troost is viervoudig: ten eerste dat er een eind komt aan de ballingschap, ten tweede dat de heerlijkheid, de luister van God geopenbaard zal worden en iedereen dit zal zien, ten derde dat alle mensen als gras zijn - en dus geen stand kunnen houden als Gods heerlijkheid geopenbaard wordt - maar dat zijn woord standhoudt (en dus ook wie daarop bouwen) en tenslotte dat God zal wonen in Jeruzalem, temidden van de steden van Juda, en dat hij als een herder voor de zijnen zal zorgen!

Vervolgens stelt Jesaja de grootheid van God als schepper tegenover de volken die voor God niet meer zijn dan een stofje aan een weegschaal, en de afgoden die niet meer zijn dan het maaksel van mensenhanden.

Waar zou jij op vertrouwen? vraagt Jesaja daarmee eigenlijk. Waar ben je bang voor? Voor die volken die je omringen met hun legers en koningen? Wat zijn die nu vergeleken met God de schepper van hemel en aarde? Voor Hem is zijn de oceanen (bij wijze van spreken natuurlijk) niet meer dan een handvol water...

Ben je bang voor de goden van die volken? Waarom zou je voor die goden buigen. Ze kunnen niets. Nee, dan God:

"Kijk omhoog: wie heeft dit alles geschapen?
Hij laat het leger sterren voltallig uitrukken,
hij roept ze bij hun naam, een voor een;
door zijn kracht en onmetelijke grootheid
ontbreekt er niet één." (Js.40:26)
Heb je wel eens 's nachts naar de sterren gekeken. Dat moet je eens doen, ver van de stad, ver van de lichtbronnen en dan kijken naar al de sterren die je dan ziet. Er zijn zo ontzettend veel sterren, en ze staan zo ontzettend ver van ons vandaan, maar God kent ze allemaal. Hij roept ze bij hun naam, een voor een!

Is God niet geweldig groot? En Hij is het die als een herder, zorgzaam en liefdevol, voor jou wil zorgen.


De bijbeltekst in dit blog is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.

Geen opmerkingen: