Johannes 1:1-18
Wat mij altijd weer zo treft is dat Johannes schrijft: 'Het Woord is vlees geworden en heeft onder ons gewoond' (Jh.1:18).
Johannes kiest voor zijn evangelie een heel andere invalshoek dan de andere drie evangelisten. Terwijl Mattheüs, Markus en Lukas zich vooral richten op 'wat Jezus gezegd en gedaan heeft' (vgl. Hd.1:2), concentreert Johannes zich op wie Jezus ís.
Daarom vind je juist bij Johannes uitspraken zoals: Ik ben de goede herder, Ik ben de opstanding en het leven, Ik ben de weg, de waarheid en het leven.
Daarom begint Johannes ook bij 'het begin': 'In het begin was het Woord'.
Een woord is de uitdrukking van wat je in gedachten hebt. Zo is de Zoon, Jezus, ook de volmaakte uitdrukking van wat God in gedachten heeft. Daarom kan Hij ook zeggen: wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien.
Dat Woord is vlees geworden. Hij is mens geworden. Hij is onder ons komen wonen. God zelf - het Woord was niet alleen bíj God, het Woord wás God, ís God - is naar ons toe gekomen!
Terwijl alle andere godsdiensten gaan om de vraag hoe je bij God kunt komen, zegt de Bijbel dat dit onmogelijk is. Je kunt niet bij God komen. Ten eerste is Hij een geest, verder woont Hij in een ontoegankelijk licht en is Hij te heilig van ogen om zonden, onze zonden, te kunnen zien.
Maar het grote wonder van het Christendom is dat God geen genoegen nam met die situatie: Hij besloot naar óns te komen!
Zelfs het volk dat Hij zo bevoordeeld had: het had zijn woord, zijn wil gekregen, zijn tempel waar de mensen Hem konden ontmoeten. Maar toen Hij persoonlijk in hun midden kwam, accepteerden ze Hem niet.
Ze konden (en kunnen) niet accepteren dat ze Hem zo nodig hadden dat Hij als mens in hun midden moest komen wonen en als volmaakt en onschuldig mens, de schuld op Zich nam en de gevolgen ervan, de dood, moest dragen om ze te redden.
Kun jij dat accepteren?
De bijbeltekst in dit blog is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007.
Geen opmerkingen:
Een reactie posten