zondag, juli 05, 2009

Jezus, de Zoon van God

Onlangs ontving een brief van iemand die beweerde een christen te zijn en een bijzonder woord te hebben van de heer Jezus. Maar een van de dingen die deze man met grote stelligheid ontkent, is dat Jezus van eeuwigheid God zou zijn.

In zijn visie is Jezus een man, geboren uit de maagd Maria, maar pas vergoddelijkt tot Christus toen hij na de doop door Johannes gedoopt werd met de heilige geest. "Hij is onze god met een kleine g, terwijl onze Vader in de hemel onze God is met een grote G," schrijft hij letterlijk. Niet alleen leert hij daarmee in feite een vorm van polytheïsme (er zijn meer goden, al hebben ze een verschillende status), ook ontkent hij daarmee een van de meest wezenlijke aspecten van het Christendom. Ik aarzel dan ook hem broeder te noemen.

De cruciale vraag is dan of Jezus voor zijn geboorte bestond.

Nee, antwoordt de schrijver van de brief.

Maar ik zeg dan: over wie schrijft Johannes dan, wanneer hij zegt: In het begin was het Woord, het Woord was bij God en het Woord was God. Het was in het begin bij God. Alles is erdoor ontstaan en zonder dit is niets ontstaan van wat bestaat (Johannes 1:1-3). En wat verderop:Het Woord is mens geworden en heeft bij ons gewoond, vol van goedheid en waarheid... (1:14).

Ik zou hierbij het volgende willen opmerken:
  1. Johannes onderscheidt hier twee identiteiten, God en het Woord.
  2. Het Woord heeft een actieve rol gespeeld in de schepping (zoals bv. ook in Hebreeen 1:2 en Kolosse 1: 16).
  3. Het Woord is mens geworden. Hij was dus eerst 'Woord' en pas in tweede instantie 'mens'.
Er is ook een merkwaardig vers in de Hebreeën brief: Hoewel hij zijn Zoon was, heeft hij moeten lijden, en zo heeft hij gehoorzaamheid geleerd (5 vers 8). Het is merkwaardig omdat naar onze menselijke begrip het juist omgekeerd zou moeten zijn.

Je zou verwachten: Omdat hij zoon was, heeft hij gehoorzamheid geleerd. Want elke zoon leert terwijl hij opgroeit gehoorzamen. Maar hier is iemand die hoewel hij zijn Zoon was, nog geen gehoorzaamheid geleerd had, maar dat tijdens zijn leven, door alle lijden heen, geleerd heeft. Dat kan dus alleen als hij eerst Zoon was zonder als zodanig te zijn opgegroeid, zonder als mens geboren te zijn.

Wat betekent dat vers in de Hebreeën-brief dan? Dat hij hoewel hij zijn Zoon was, hem (God de Vader) niet ondergeschikt was. Dat kwam pas toen hij als mens hier op aarde leefde.

Hij was - zoals Paulus het in Filippenzen 2 vers 5-7 - God gelijk. Hij
  1. had de gestalte van God,
  2. deed afstand van zijn gelijkheid aan God,
  3. nam de gestalte aan van een slaaf en
  4. werd gelijk aan een mens.
Let weer goed op de volgorde: eerst God, vervolgens werd hij - door een bewuste keus en handeling - een mens.

Dit is fundamenteel onderwijs van de Bijbel, zo wezenlijk, dat ik iemand die dit loochent geen broeder of zuster kan noemen. Johannes zegt zelfs: Wie niet bij de leer van Christus blijft maar verder wil gaan, heeft God niet (2de brief van Johannes, vers 9).

Want waar het uiteindelijk om gaat is de vraag: Wie heeft mijn zonden gedragen?

Ik geloof, met de Bijbel in mijn hand, dat God zelf dat gedaan heeft. Daarom is Hij mens geworden, daarom heeft Hij - zoals het in Hebreeën 2 staat - aan bloed en vlees deelgenomen (Telosvertaling). Daarom heeft Hij zich vernederd - nadat hij mens geworden was, Filippenzen 2:8 - en is gehoorzaam geworden tot de dood, ja, tot de dood aan een kruis. Zover wilde God zelf gaan om mij te redden uit de macht van de duisternis.

Wie dat niet gelooft, heeft God niet, die heeft een andere god, een mindere god, een afgod.

De bijbeltekst in dit blog is ontleend aan De Nieuwe Bijbelvertaling, © Nederlands Bijbelgenootschap 2004/2007, tenzij anders vermeld.
De Telosvertaling is een uitgave van Uitgeverij H.Medema, Vaassen.

Geen opmerkingen: